Kinderkoek gezond? Zo maak je de beste keuze in de supermarkt
Een kinderkoek met een vrolijk figuurtje, een drankje met een leuke verpakking of een product met de tekst ‘zonder toegevoegde suikers’. In de supermarkt is de keuze enorm. Maar een product dat speciaal voor kinderen wordt gemaakt, is niet automatisch een gezonde keuze.
Wij krijgen op onze spreekuren regelmatig vragen van ouders: Welke koek kan ik het beste meegeven? Zijn kinderdranken gezond? En waar moet ik eigenlijk op letten op het etiket?
Daarom delen we 3 praktische tips waarmee je in de supermarkt makkelijker een bewuste keuze maakt.
De voorkant van een verpakking is vooral bedoeld om je aandacht te trekken. Een product kan bijvoorbeeld ‘met volkoren granen’, ‘bron van vezels’ of ‘zonder toegevoegde suikers’ vermelden, terwijl het alsnog relatief veel suiker, verzadigd vet of weinig vezels bevat.
Draai de verpakking daarom om en kijk naar het etiket.
Let bij koek en tussendoortjes vooral op:
Een handige tip: vergelijk twee vergelijkbare producten met elkaar. Zo zie je vaak direct dat een kinderkoek met een gezonde uitstraling niet per se de beste keuze is.
Een kleine koek ziet er misschien onschuldig uit, maar meerdere kleine koekjes uit één verpakking kunnen samen behoorlijk aantikken. Kijk daarom niet alleen naar de voedingswaarde per 100 gram, maar ook naar hoeveel je kind daadwerkelijk eet.
Maak het jezelf makkelijk door vooraf een portie af te spreken. Bijvoorbeeld één koekje of een klein handje. Een grotere koek kun je eventueel halveren.
Je kunt hierbij ook werken met een eenvoudige kleine snack > grotere snack-verdeling:
Kleine tussendoortjes zijn bijvoorbeeld:
Grotere tussendoortjes zijn bijvoorbeeld:
Een grotere snack hoeft zeker niet verboden te worden. Het gaat vooral om afwisseling en de totale hoeveelheid gedurende de dag.
Bij kinderen wordt een drankje soms gemakkelijk gezien als onderdeel van het tussendoortje. Toch bevatten veel kinderdranken behoorlijk wat suiker, ook wanneer ze een gezonde uitstraling hebben.
Maak daarom water de standaard. Melk kan daarnaast een passende keuze zijn. Vruchtensap, limonade en andere zoete dranken zijn beter iets voor af en toe dan voor de hele dag.
Ook voor koek geldt: niet ieder tussendoortje hoeft een koekje te zijn. Wissel af met bijvoorbeeld fruit, groente, yoghurt of een volkoren product.
En misschien wel het belangrijkste: maak van koek en snoep geen ‘verboden’ producten. Wanneer iets altijd verboden is, kan het juist extra aantrekkelijk worden.
Kinderen leren niet alleen van wat je zegt, maar vooral van wat ze dagelijks zien en ervaren. Wanneer fruit, groente en andere voedzame tussendoortjes een normaal onderdeel van de dag zijn, worden deze steeds vertrouwder.
Je hoeft een stuk fruit daarom niet iedere keer bijzonder te maken. Gezond eten mag juist heel gewoon zijn.
Geef kinderen ook regelmatig de kans om zelf te kiezen uit twee gezonde opties. Bijvoorbeeld: “Wil je een banaan of een appel?” Zo houden kinderen een gevoel van keuzevrijheid, terwijl jij als ouder bepaalt welke opties er beschikbaar zijn.
Een koekje, ijsje of andere traktatie past prima binnen een gezond voedingspatroon. Het gaat niet om één product, maar om het eetpatroon over de hele dag en week.
Kijk daarom niet naar één ‘perfecte’ kinderkoek. Leer je kind vooral om verschillende voedingsmiddelen te eten, water als standaard te drinken en te genieten van iets lekkers zonder dat dit iedere dag hoeft.
Een gezonde keuze maken begint niet bij het verbieden van koek, maar bij leren kiezen. En dat begint al samen in de supermarkt.